L I N D A   M O L L E M A N | Jaak Fontier · 1991
LINDA MOLLEMAN // Het is evident dat een rijk fantasieleven voor de kunstenaar een troef is. Het staat ten dienste van het verlangen. Het verlangen om te spelen, de dwanggedachte om schoonheid te creëren. Het is de beleving van perfectie die aan de grondslag ligt van dit gevoel voor schoonheid. De aanwezigheid van schoonheid doet mij opleven. Mijn kunstwerken zitten dan ook vol meerduidigheid, die geïnterpreteerd kan worden binnen een context die door het werk zelf wordt gecreëerd. Niet alleen het traumatische maar ook de speelsheid, de fantasievolle denkprocessen, de gedreven gedachte, een verfijnde gevoeligheid voor lijn en vorm weerspiegelen de binnen- en buitenkanten van de Sculpturen en Installaties.
Beeldende kunst, Linda Molleman, Oedelem, Beernem, Kunstenares, Sculpturen, Installaties, Kunst in de openbare ruimte, Art, Artist, Sculptures, Installations, Art in public space
16062
post-template-default,single,single-post,postid-16062,single-format-quote,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled, vertical_menu_transparency vertical_menu_transparency_on,side_area_uncovered_from_content,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12.1,vc_responsive

Jaak Fontier · 1991

Het schijnbaar onverenigbare tot verantwoorde en boeiende eenheid brengen

— Jaak Fontier · 1991

SYMFONIE 001

LINDA MOLLEMAN

 

De gehouwen sculpturen in steen en hout waarmee Linda Molleman haar loopbaan als beeldhouwster inzette, beschouwt zij nu als een achterhaalde aanvang. Die traditionele wijze van materiaalbehandeling en –bewerking, nuttig weliswaar voor de opleiding en de verwerving van technische vaardigheden, behoort als expressiemiddel tot het verleden, bevredigt niet langer de innerlijke drang van de hedendaagse kunstenaar. Wat beantwoordt dan wel aan haar creatieve drijfveren? De eigengereide driedimensionale sculpturale vormentaal die de kunstenares tijdens de laatste vier jaar heeft ontwikkeld, geeft daar het antwoord op. Beter en vollediger dan welke theoretische beschouwing ook illustreren de beelden, met concrete zicht- en tastbaarheid, haar nieuwe standpunt en conceptie, positie en visie. Vanuit een intense gedrevenheid groeit elke sculptuur in een subtiel evenwicht van spontane vondst en heldere overweging. Objecten, assemblages en installaties van Linda Molleman zijn steeds combinaties van wat materieel, visueel en spiritueel niet bij elkaar hoort: het zijn verbindingen van elementen, die, op het eerste gezicht althans, onverenigbaar zijn.
Het bewonderenswaardige van haar ingrepen is nu precies, dat zij erin slaagt het niet bij elkaar horende, het schijnbaar onverenigbare tot verantwoorde en boeiende eenheid te brengen.
Die eenwording van tweepoligheid, die eenmaking van contrasten, die vereniging van tegenstellingen resulteert in eigenzinnige sculpturen die zich telkens tegelijkertijd en spontaan en verrassend manifesteren. De intuïtie geeft de eerste impulsen tot de compositie; zij ontdekt de eerste grondslag, vindt als vanzelf de vondst, de eerste pool. Tijdens het groeiproces wordt het spontaan ontvangene aangevuld, vervolledigd en ten slotte voltooid door de exploratie, de meer bewuste en doelgerichte activiteit, de reflectie over de keuze van de tegenpool.
Want essentieel in dit werk is de confrontatie van de pool met tegenpool, deel met tegendeel, vorm met tegenvorm, protagonist met antagonist. Tegenstellingen in materiaal, structuur en textuur-hout en ijzer, arduin en metaal, steenblok en balk, boomstam en kabel, marmer en fineer – gaan samen met vormelijke, compositorische, koloristische en referentiële opposities.
De diverse verbindingen en combinaties van oppositionele bestanddelen resulteren in spanningen en in met contradictorische krachten doortrokken velden: stugge massa versus sierlijk spiralende lijn (in ‘Constructie’), onbeweeglijk volume contra suggestie van dynamiek (in ‘Gebroken Eenheid’), schuin gerichte labiliteit boven verticaal geritmeerde stabiliteit (in ‘Zonder Titel’, 200 x 200 x 40cm ), ruwe onbewerkte natuurlijkheid onder gladde bewerking (in ‘Gebroken Eenheid’), natuurlijk groeifenomeen contra industrieel product (in ‘Levensboom’ of ‘Sephiroth’), zuiver organische toestand tegen cultureel-rationele ingreep
(in ‘De Boom’ of ‘Vierkant’, takkenconstructies).

JAAK FONTIER
KUNSTCRITICUS AICA
1991